Wee de rijken

Zondag hebben we opnieuw een reden om ons te ergeren aan het evangelie. Voor de zoveelste keer horen we hoe Jezus kritiek levert op rijke mensen. Eerder hadden we van hem al eens gehoord dat het voor rijken moeilijker is om in de hemel te geraken dan voor een kameel om door het oog van de naald te kruipen. Een andere keer hoorden we van een jongeman die zeer voorbeeldig leefde, maar zeer welstellend was. Hij vroeg aan Jezus wat hij nog kon doen om het eeuwige leven te verwerven. Waarop Jezus hem vroeg om al zijn bezittingen te verkopen en de opbrengst aan de armen te geven. En zondag horen we hoe een rijke man die dagelijks uitbundig feestvierde en gekleed was in prachtige kledij uiteindelijk na zijn dood vreselijke kwellingen moet ondergaan. Terwijl de arme Lazarus de beste plaats krijgt toegewezen in de hemel.

Waarom blijft Jezus systematisch afgeven op rijke mensen? Het is een lastige kwestie, want we leven in een rijk land, en mogen allemaal genieten van een zekere welstand. Wat zou daar in hemelsnaam verkeerd aan kunnen zijn? Waarom zou Jezus benadrukken dat het beter is om in armoede te leven dan in rijkdom? Is het niet dankzij onze redelijke welstand dat we in staat zijn om goede werken te doen?

Er is in ons land en zeker in de wereld nog veel armoede. Op zich is dat al een reden om rijkdom te veroordelen. Met de rijkdommen van de westerse wereld is het mogelijk om alle armoede uit de wereld te helpen. Een andere verdeling van de rijkdom zou de noden van velen kunnen verlichten, en de wereld meer rechtvaardig en gelijkwaardig maken. Bedoelde Jezus iets in deze richting?

Hij zou het waarschijnlijk wel toejuichen, zo’n poging om van de wereld een betere plek te maken. Maar zijn oproep is eerder aan ieder van ons individueel gericht. Jezus is vooral geïnteresseerd in het welzijn en geluk van iedere mens, en niet zozeer in het goede functioneren van de samenleving. Hij is dus gewoon kritisch ten opzichte van rijke mensen. En misschien heeft hij wel een punt.

Het is ons niet onbekend dat geld veel kwaad kan doen. Ieder kent wel de verhalen van ruzies tussen erfgenamen op het moment dat een erfenis verdeeld moet worden. Geld haalt dikwijls het slechtste boven in mensen. Ieder die geld en rijkdom bezit, doet bovendien al het mogelijke om dat niet te verliezen. Onvermijdelijk wordt dan het behoud en behoeden van die rijkdom een dagelijkse opdracht. Die grote aandacht voor het materiële bezit zal regelmatig in conflict komen met de aangeboren menselijkheid die gul wil zijn en wil delen. Het hoofd en het hart drijven uit elkaar, het verstand wil de liefde begrenzen. En dat vond Jezus een kwalijke zaak.

Hij wist dat rijkdom zeer dikwijls in de weg staat van de liefde, de zin van ons leven. Begrijpelijk dat hij de rijken voortdurend wilde waarschuwen. (Lc 16, 19-31)