Voor ouders is het erg moeilijk om nog opvang te vinden voor hun jonge kinderen. Er is ook te weinig personeel in de kinderopvang, en daardoor is de kwaliteit soms ondermaats. Steeds meer zijn er dus ouders die noodgedwongen van hun werk thuisblijven om voor hun kind te zorgen. Ook hun werkgevers zien dat met lede ogen aan, zij hebben evenmin personeel op overschot. Ondertussen wil onze overheid besparen op de vergoedingen voor ouders die van hun werk thuis willen blijven voor de zorg en de opvoeding van hun kinderen.
Dit loopt verkeerd, zullen velen zeggen. En dan zwijgen ze stil over al het andere dat ook verkeerd loopt, zoals de stijgende levensduurte en de hoge energieprijzen, de oorlog of het klimaat. Het lijkt onmogelijk om vandaag met vertrouwen naar de toekomst te kijken. Rechtvaardigheid blijkt onbereikbaar.
Maar dan horen we zondag het evangelie waarin Jezus vertelt over de weduwe die al zo lang om haar recht vraagt, en dat uiteindelijk verkrijgt. Omdat de rechter haar gezaag beu is en bang is dat ze hem nog een klap in zijn gezicht zal geven.
‘Dit is belachelijk’, zal u mij voor de voeten werpen, ‘zo eenvoudig is het niet!’ U hebt gelijk, lieve lezer. Konden we alle problemen maar oplossen door iemand een mep in het gezicht te geven. Maar Jezus wilde vooral benadrukken hoe belangrijk het is dat we ons vertrouwen nooit verliezen. Want dat vertrouwen hebben we nodig om zelf rechtvaardig en goed te zijn.
Want dat is een kenmerk van de mensen, dat ze goed en rechtvaardig willen zijn. Zo zijn we gemaakt, en daarin zijn we gelijkend op God. Natuurlijk zijn er mensen die ervoor gekozen hebben om niet meer goed en rechtvaardig te zijn, omdat ze te vaak gekwetst zijn geweest of bedrogen. Ze hebben het vertrouwen verloren.
Mensen willen niets liever dan goed en rechtvaardig zijn, het maakt hen gelukkig. En tegelijk kwetsbaar. ‘Wie liefheeft, zal gekruisigd worden. Wie niet liefheeft, is verdoemd.’ Daarom roept Jezus in het evangelie op om toch te blijven vertrouwen, zoals de weduwe dat deed ondanks tegenkanting.
Het kwade en slechte in de wereld is opvallend en haalt dagelijks de kranten. De onrechtvaardigheid kan groot zijn, intens en heftig. Maar het kwade en de onrechtvaardigheid zullen nooit de bovenhand halen. Want het goede in de wereld is véél talrijker, het goede is overal, gebeurt overal omdat het zit in elke mens. Het goede is misschien klein en onopvallend, maar het gebeurt voortdurend in de gezinnen, in werkplaatsen en organisaties, op straten en pleinen. Voor elke grasspriet aan goedheid die door het kwade wordt platgetrapt, zijn er duizenden andere die bloeiend rechtop staan.
Al die kleine goedheid van zovele mensen lijkt onnozel. Maar ze wordt nooit overwonnen. Ze is eeuwig en onuitroeibaar, het kwaad is machteloos tegenover haar. Die kleine goedheid is een mirakel dat voor altijd standhoudt, ondanks alle kwaad. Ze maakt God zichtbaar in de wereld. Vertrouw er op, zei Jezus. (Lc 18, 1-8)