De achterkant van de twee zijpanelen is geschilderd door een tweede schilder. Men veronderstelt dat het ‘De Meester met het zicht op Sint-Goedele’ is, die altijd een gedeelte van de kathedraal van Sint-Goedele op zijn schilderij bracht. De benen en het gelaat van de afgebeelde personen kunnen hiermee vergeleken worden.


Wij weten dat de triptiek in de Sint-Lambertuskapel in Lelle heeft gehangen. Die kapel werd eind negentiende eeuw een ruïne en de triptiek mocht niet verloren gaan. Daarom werd zij naar het Paleis van Schone Kunsten in Brussel gebracht om dan via allerlei omwegen en vijfendertig brieven van en voor pastoor Alfons Van Hove, pastoor Jules De Pauw en pastoor Jozef Cuyt in 1957 terug in de kerk van Berg terecht te komen. De jaartallen hiervan kan je terugvinden in onze gedetailleerde studie op www.blog.seniorennet.be/triptiek.
Men dacht dat de triptiek altijd in de kapel van Lelle had gehangen, want in een schrijven van 1773 van Deken Coppens kunnen we lezen: ‘Kepers en balken zijn bevestigd om het tabulatum aan op te hangen’ (tabulatum is schilderij). Maar we hebben ondertussen gevonden dat het kunstwerk van bij het begin in de Sint-Servatiuskerk heeft gehangen en pas na 1773 is verhuisd naar de Sint-Lambertuskapel in Lelle, wegens stormschade aan de nok van het dak van de kerk. En dat het in de kapel heeft gehangen tot in 1896. Dit betekent eerst ongeveer driehonderd jaren in de Sint-Servatiuskerk te Berg, daarna ongeveer honderdtwintig jaren in de Sint-Lambertuskapel te Lelle (Berg).
Men had altijd gedacht dat de schenkers de Hinckaerts waren omdat zij rond het jaar 1500 het kasteel van Lelle bewoonden. Niets is minder waar, want in de periode dat het schilderij kan geschilderd zijn was het Joanna Boote die eigenares was van het kasteel.
Wie waren dan die schenker(s) van de triptiek? Mogelijke schenkers zouden kunnen zijn de pastoor of de kapelaan van wie sprake is in het testament van Joanna Boote. In dit testament, verleden op 14 augustus 1474, vinden we de naam: Goosewinus Joemans. Jan Van Welle wordt vermeld als pastoor van Berg in 1473 en 1474. Gielis De Ronde was pastoor tussen 1493 en 1501. Dat een priester grote invloed moet hebben uitgeoefend op ontstaan en vormgeving van de Bergse triptiek is waarschijnlijk.
Zo ziet u dat het mysterie van de Bergse triptiek nog verre van opgelost is.
In het Jaarboek 2019 van de heemkring Campenholt kan je een artikel vinden van pater Jan aangaande de Triptiek. Wat er daarna van 1896 tot 1957 met de triptiek is gebeurd kan je lezen in de brieven en documenten van en voor pastoors Alfons Frans Van Hove (1913-1935), Jules Paulinus De Pauw (1935-1956) en pastoor Willem Jozef Cuyt (1956-1982) op www.blog.seniorennet.be/triptiek, vanaf eind oktober 2022.