De Encycliek van Pastoor Patrick

Schone mensen ontmoet

Doorheen die vijf jaren heb ik veel schone mensen mogen ontmoeten binnen én buiten de Kerk of parochiewerking.

Ik sta er altijd van te kijken hoe heel wat van die mensen op hun eigen wijze proberen om authentiek te leven, hoe ze zich inzetten waar mensen samenleven in gelovige context of in een bredere maatschappelijke context. En zichzelf daarin overstijgen. Mensen die hun persoonlijk verhaal schrijven dat zelf een stukje evangelie wordt. Ik ben blij dat ik die mensen heb leren kennen. Ze waren voor mij een verrijking. Ik ben blij dat ik, net zoals Jezus, hen mocht ontmoeten, naast hen mocht gaan zitten en mocht luisteren naar hun verhaal.

Muren slopen

Ik hoopte al verder te zitten in het uitbouwen van een sterkere federatiewerking en al een deur te kunnen openen naar de Pastorale Zone toe. Maar het is wat het is. Binnen de kerk kan je niet dezelfde wetmatigheden van een bedrijf laten gelden of bezit je niet de instrumenten of de autoriteit van een bedrijfsleider. Je werkt trouwens vooral met vrijwilligers en geen werknemers. En een beleidsmatige aanpak realiseert zich al even moeilijk.

En toch zijn er al een paar belangrijke stappen gezet.

Wat ik zeker geslaagd mag noemen, is de uitbouw van de secretariaten en de verbinding tussen de drie federatiesecretariaten. Het zorgt voor een grote ondersteuning voor iedereen die pastoraal bezig is en het maakt het mogelijk voor mensen dat zij overal dezelfde informatie krijgen en op dezelfde manier geholpen worden. Naar de toekomst toe mag dit zeker nog uitgebreid worden. Zij zullen het belangrijkste aanspreekpunt worden, waar mensen vroeger voor alles en nog wat naar de pastoor stapten. Deze vrijwilligers doen heel belangrijk werk.

De planning van vieringen, de invulling door voorgangers en de gezamenlijke vieringen in de sterke tijden, zoals de Goede Week, zijn ondertussen verworvenheden. Dat is goed zo. Want wanneer wij dezelfde pastorale vrijgestelden en hulppriesters moeten delen, dan moeten er samen afspraken gemaakt worden. Ook bezitten wij een ploeg van bereidwillige en sterke gebedsleiders voor uitvaarten die over de grenzen heen zich inzetten en is er de prima samenwerking met de ‘uitvaartcentrale’ in Leuven. Dit is een bijzondere troef die de voorbije jaren tot stand is gekomen. Zoals hier de samenwerking gebeurt over de parochiegrenzen heen, is het een must voor veel zaken. Dat weet men goed. We kunnen niet meer zonder elkaar. Gelukkig wordt er meer over het muurtje gekeken.

Anderzijds zie ik toch dat parochiale vrijwilligers of parochiale werkingen de laatste tijd evenzeer terugplooien op zichzelf. Ieder onder de eigen kerktoren. Daardoor zijn de grote stappen in samenwerking in onze federaties nog niet genomen. Bij velen zit er koudwatervrees. Ik ben verbaasd hoe moeilijk dat blijft, want we delen ten slotte hetzelfde geloof. Die boodschap van Jezus is toch universeel. Wat maakt ons dan bij wijze van spreken zo anders omdat we aan weerszijden van dezelfde straat wonen.

Verder waren er de voorbije tijd belangrijke ontwikkelingen naar het beheer van kerkelijke goederen. Vanuit de politiek en de maatschappij worden we gedwongen om keuzes te maken. Het heeft ons er in het Herentse toe aangezet om twee fusies van parochies te verwezenlijken en twee kerken te gaan herbestemmen. Als er iets is dat typisch is voor de voorbije jaren, is het wel dit. De politiek en de maatschappij die naar ons kijken en die bestaande regelingen tussen kerk en staat willen terugschroeven. Dat zijn moeilijke dossiers. De vraag is: hoe ga je daarmee om? Een ding is zeker. We kunnen er niet aan voorbij.

Kerk-zijn vandaag

De wereld en de samenleving zijn sterk geëvolueerd. De uitdagingen zullen nog groter worden. In ons Kerk-zijn handelen we niet anders dan in de maatschappij. Nationalisme, populisme, men creëert angst bij de mensen. Er is de groeiende kloof tussen arm en rijk. Er is het klimaatvraagstuk. Ook in de solidariteit plooit men terug op zichzelf.

Vier jaar geleden hebben we in Erps-Kwerps de familie Bitar uit Syrië onthaald. Er was toen heel wat solidariteit. Men deed goed zijn best om deze mensen zich thuis te laten voelen. Het gezin is bijzonder goed geïntegreerd. Maar hoe spreekt men vandaag over migratie of de vluchtelingenproblematiek? Dat is niet zo fraai, hé. Ze worden heel vaak gecriminaliseerd en gemarginaliseerd. Wie neemt het voor hen echt op?

Daar zitten de uitdagingen voor ons kerk-zijn in. We hebben niet meer de macht om iets door te drukken. Men vraagt onze mening niet meer. Maar we kunnen wel het geweten van de maatschappij zijn. We kunnen de solidariteit op het voorplan zetten. De reizen die ik de voorbije jaren kon maken waren echte blikopeners voor mij. Zeker die naar Suriname, op bezoek bij pater Jan. Ze hebben van mij nog een grotere wereldburger gemaakt.
De wereld is groter dan wat er onder onze kerktoren gebeurt. We moeten onze blik verruimen.

Kijk naar Kortenberg als dorp. Hoeveel mensen met andere achtergronden en afkomst leven hier met elkaar? Hoe kunnen we samen met hen die boodschap van Jezus waarmaken? Het zijn de jongste kerkgangers in onze kerk. We zullen nog vele muren moeten slopen, ook in ons hoofd, ook in onze parochies. Er moet nog veel in beweging komen.

De familie Bitar kwam 4 jaar geleden uit Syrië naar Erps-Kwerps.

Vreest niet

Twee kernwoorden in het evangelie zijn “Vreest niet”. We blijven mensen met “onze schrik”. Die evangelische boodschap is ook een boodschap voor mensen van vandaag. Mensen dit laten ontdekken, is een drijfveer van mij. Iedereen heeft schrik. Ik ook soms. Mensen zitten betrokken op hun eigen kringetje. We zitten voortdurend te denken hoe past die andere in ons verhaal, terwijl het zou moeten zijn “wat kunnen we voor hem of haar betekenen”. Dat is de Kennedy-gedachte “Vraag niet wat jouw land voor jou kan betekenen, vraag je af wat jij voor je land kan betekenen”.

We zouden onszelf wat meer moeten relativeren. Alles in een groter perspectief plaatsen. Ook dat is evangelisch.

“Het gaat niet over mij.”

De vraag wordt vaak gesteld: “Hoe moet het verder als ik op 1 september weg ben?” Maar het gaat niet over mij. Ja, we zitten in een priesterarme kerk, maar ook met steeds minder vrijwilligers. We zijn inderdaad niet meer de kerk die veel van onze kerkgangers nog gekend hebben. Wat betekent de Kerk nog in onze wereld? Hebben we nog iets aan te brengen? We kunnen opnieuw een stuk authentieker worden. Uitkomen waarvoor we staan. Het evangelie herontdekken en Jezus weer als broeder omarmen. Verbondenheid scheppen met mensen die niet geloven of anders geloven. We staan nog aan het begin. Ook hier geldt “Vreest niet!”. We zullen het samen moeten doen, vrijwilligers en pastorale vrijgestelden.

Patricks slotboodschap

Wees niet bang om samen te werken. Naar de toekomst toe is dit vandaag al meer en meer nodig. Er kan veel vereenvoudigd worden wanneer de krachten gebundeld worden.

Deze tijd vraagt dat we als christenen onszelf durven bevragen. Over onze eigen keuzes, over onze plaats in de samenleving en de wereld. Dat we durven uitkomen voor onze overtuiging en vooral dat we ijveren voor een leefbare wereld waar de kloof tussen veel mensen verdwijnt.

Wat dat laatste betreft blijf ik sterk geïnspireerd door de encycliek van paus Franciscus, Laudato si. Hierin voel je de hartenklop van onze Sint-Franciscus. Met hem zou ik een lofzang willen zingen voor onze Schepper. Maar met die andere Franciscus, de paus, weet ik mij getroffen door de roep van Moeder Aarde of de kreet van de kleine mens: ‘Welke toekomst heb ik?’ Als we niet willen luisteren voor het geluk van onszelf, laten we het dan doen voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen.

Als exit-interview kan dit tellen. Ik kan alleen maar beamen dat we moedig stappen moeten zetten voor het geluk van de anderen en onszelf. En dat “samen” een sleutelwoord is, om die boodschap van Liefde van die man van Nazareth waar te maken. De analyse van Pastoor Patrick is een goede spiegel om ons op die tocht aan te toetsen. (Chantal)